Recensie: De meeste mensen deugen – Rutger Bregman

Titel: De meeste mensen deugen

OndertitelEen nieuwe geschiedenis van de mens

Auteur: Rutger Bregman

Uitgeverij: de Correspondent Bv, 2019

Aantal pagina’s: 528

ISBN: 978-90-8294-218-7

Deze recensie verscheen in Permacultuur Magazine nummer 17 en werd geschreven door René Röell

René is bioloog, medewerker van Permacultuur Centrum Nederland en vooral betrokken bij de ontwikkeling van sociale permacultuur.

Veel mensen zijn er wel van overtuigd dat de transitie naar een duurzame samenleving meer om het lijf heeft dan louter een pakket technische maatregelen. Het moet ook een verandering van cultuur omvatten. Daarbij gaat het vooral om de onderliggende overtuigingen en ideeën die onze cultuur maken tot wat die is. Eén van die overtuigingen gaat over de aloude vraag of we van nature goed dan wel slecht zijn. Zijn we empathische, sociaalvoelende en coöperatieve wezens? Of zijn we juist geneigd tot het kwade en gaat onder een dun laagje beschaving een egoïstisch, agressief en opportunistisch wezen schuil?

In De meeste mensen deugen stelt historicus Rutger Bregman dat het wel goed zit met onze natuur. Met goed gedocumenteerde voorbeelden laat hij zien dat het beeld van de verdorven mens niet klopt. Neem bijvoorbeeld William Golding’s Lord of the Flies. Bregman ontdekte een echte situatie waarin zes jongens op een eiland in de Stille Zuidzee strandden. Ze vlogen elkaar niet in de haren maar werkten gedurende het jaar van hun ballingschap voorbeeldig samen en losten conflicten vreedzaam op. Of neem het beroemde Stanford Prison Experiment. In dit experiment uit 1971 werd aan proefpersonen opgedragen andere proefpersonen in een soort gevangenissituatie te bewaken. Er ontstond een terreurbewind door de bewakers en het experiment werd voortijdig stopgezet. De archieven laten echter een ander beeld zien, namelijk dat van onderzoekers die het experiment in een richting stuurden en dat van proefpersonen, zowel bewakers als gevangenen, die coöperatief met de onderzoekers meewerkten. In de praktijk van alledag, en zelfs in oorlogssituaties, blijkt het behoorlijk lastig om de mens tot het kwade te bewegen.

Waarom is dan de grote vraag, zien we ondanks zijn goede natuur, de mens zoveel kwaad aanrichten? Bregman noemt een aantal mechanismen en de belangrijkste daarvan is de corrumperende werking van macht. Onderzoeken hebben aangetoond dat macht minder empathisch maakt. Macht is – aldus Bregman – een drug met vele nare bijwerkingen. En laat macht nu zo’n beetje de rode draad zijn in de wereldgeschiedenis. Het ontstaan van de landbouw, van steden, van privébezit, van een heersende klasse en van centralistisch bestuur is steeds een verhaal van macht en schaarste. Maar dit verhaal is een anomalie. Het grootste deel van onze geschiedenis, namelijk de prehistorie, leefden we in tamelijk egalitair georganiseerde bezitloze samenlevingen van jagers-verzamelaars. Zonder echte leiders en zonder wetboek van strafrecht, zonder machtsstructuren. En toch buitengewoon succesvol.

Vandaag de dag is onze samenleving gebaseerd op de onderliggende overtuiging dat alleen orde en gezag, van hogerhand opgelegd, kunnen voorkomen dat de mens vervalt in chaos en anarchie. Aldus leven we onder het juk van economen die zeggen dat de mens egoïstisch is; van managers die werknemers behandelen alsof zij dom en lui zijn; en van bestuurders die aannemen dat burgers calculerend en onbetrouwbaar zijn en in de gaten moeten worden gehouden. Wij bouwen onze samenleving kortom nog steeds op de fundamenten van wantrouwen en het idee dat de mens geneigd is tot het kwade.

Het komt de heersende elite natuurlijk ook goed uit – het idee rechtvaardigt haar bestaan. En wij burgers, onderdanen zijn ook gaan geloven in het idee en ons naar de verwachting gaan gedragen. De verdienste van Bregman is dat hij deze diepe overtuiging grondig aan de kaak stelt. Het is een mooi boek dat vlot leest en dat een belangwekkend idee verkondigt. Vanhier kunnen we aanscherpen en aan toepassingen denken. Hoe kunnen we bij de inrichting van de ruimte en bij de organisatie van onze processen ervoor zorgen dat de sociale natuur van de mens volledig tot haar recht komt? Het zou wel eens kunnen blijken dat een samenleving die uitgaat van het goede in de mens, een stuk relaxter is, een stuk dynamischer ook, en – naar alle waarschijnlijkheid – een stuk efficiënter. Niet chaos en anarchie staan ons te wachten, maar zelforganisatie en een nieuwe onvermoede orde.