Recensie: Ontgroei

Recensie: <em>Ontgroei</em>Titel: Ontgroei – “degrowth”, een vocabulaire voor een nieuw tijdperk.

Onder redactie van: Giacomo D’Alisa, Federico Demaria en Giorgos Kallisd

Vertaling: Jan Matthieu en Jan Mertens

Uitgeverij: Jan van Arkel, 2016

Deze recensie verscheen in Permacultuur Magazine nummer 5 en werd geschreven door Esmeralda Borgo

Esmeralda Borgo is al jarenlang actief bij de Vlaamse milieu- en boerenbeweging, zowel professioneel als vrijwillig. Met permacultuur combineert ze haar passie voor ecosystemen en duurzame voedselproductie.

‘Ontgroei’, of ‘degrowth’ in de originele Engelstalige versie, is niet alleen maar de titel van dit boek. Het verwijst ook naar een hele beweging die alternatieven biedt voor de gangbare economische dogma’s. Een eerste verwijzing naar de noodzaak van ontgroeien gebeurde in 1972 door André Gorz (décroissance). Intussen is degrowth een begrip op zichzelf en wordt het in het boek verder niet meer vertaald in ‘ontgroei’. Ik zal dit dus in mijn verdere bespreking ook niet meer doen, en consequent spreken over degrowth.

Van olifant naar slak
Degrowth vraagt niet om minder te doen van hetzelfde, wel om het helemaal anders te doen. “Het doel is niet een olifant slanker te maken, maar om hem om te vormen in een slak.” De samenleving moet een grondige transitie ondergaan en alles anders doen. En die verandering legt niet langer de nadruk op de kwantiteit, zoals we dat kennen in de gangbare economie, maar wel op de kwaliteit. “Wij gebruiken liever woorden zoals bloeien in plaats van groeien of ontwikkelen.”

Maar je kan het begrip ook niet vangen in een enkele definitie, aldus de redacteurs, omdat het bij degrowth om een veelzijdig kader gaat met verschillende zienswijzen, denkbeelden en vormen van actievoeren, wereldwijd.

Vocabulaire
Vandaar de ondertitel: een vocabulaire voor een nieuw tijdperk. Je kan het boek als een soort naslagwerk beschouwen, waarin alle aspecten en ideeën die met degrowth te maken hebben, bondig in korte hoofdstukjes door telkens andere auteurs behandeld worden. Liefst 56 gerenommeerde schrijvers, verbonden aan universiteiten en niet-gouvernementele organisaties over de hele wereld, hebben eraan meegewerkt. Om de samenhang te bewaren begint het boek met een iets uitgebreider essay dat de verbanden tussen al die onderdelen weergeeft. De overige hoofdstukken kan je lezen in een volgorde die je zelf verkiest. Deze aanpak benadrukt de diversiteit van de beweging.

De technologie voorbij
Degrowth distantieert zich van het discours rond duurzame ontwikkeling, dat continu zoekt naar een consensus. Daardoor is het milieudenken gedepolitiseerd: de politiek is gereduceerd tot een zoektocht naar technocratische oplossingen in plaats van een debat tussen verschillende alternatieve visies. De voorstellen die uit de debatten rond duurzame ontwikkeling komen, lijken slechts op het eerste zicht voor alle partijen aanvaardbaar. Ze creëren zogenaamde win-winsituaties met vooral technologische oplossingen, maar die oplossingen gaan niet ver genoeg, of ze veroorzaken zelf nieuwe problemen. Voor de degrowth-beweging gaat het om veel meer dan wat morrelen aan de techniek, we moeten ook de manier waarop de samenleving functioneert in vraag durven stellen.

Constructief
Degrowth maakt analyses van de huidige situatie en geeft kritiek op de gangbare economie: het kapitalisme, het groeimodel, economische indicatoren zoals het BBP, noem maar op. Maar daar blijft het niet bij. Het is kenmerkend voor de beweging dat ze met oplossingen opdaagt. Degrowth is constructief. Het boek voorziet een gereedschapskist met ideeën, zoals nieuwe vormen van samenleven, nieuwe vormen van samenwerken, gemeenschapsmunten, een andere kijk op inkomen, en dergelijke. In het onderdeel ‘actie’ geven 17 bijdragen weer hoe degrowth er in de praktijk uit kan zien: meteen het gedeelte dat mij het meest inspireerde. Je hoeft het daarom niet met alle ideeën eens te zijn. Het belangrijkste is dat je als lezer handvatten krijgt om de bekende concepten los te laten en out of the box te denken. En dat we opnieuw het debat durven aangaan.

Permacultuur?
Permacultuur komt als term niet voor, maar feitelijk ademt het hele boek de drie ethische principes van permacultuur uit. Degrowth onderzoekt mogelijkheden om een sociaal rechtvaardige samenleving te creëren binnen de grenzen van de milieugebruiksruimte en gaat daarbij de heilige (klassiek economische) huisjes niet uit de weg.

Moeilijke oefening
Het boek tracht via een beschrijving van alle deelconcepten de lezer een inkijk te geven in de rijkdom en veelzijdigheid van de beweging. Ondanks de omvang van de beweging zijn de auteurs erin geslaagd om dit op 351 pagina’s of 51 hoofdstukken rond te krijgen. Een huzarenstuk … maar meteen ook de zwakte van het boek: het valt immers niet mee om soms ingewikkelde denkbeelden telkens op een luttele zevental pagina’s uit te leggen. Meestal roept dat extra vragen op, bovendien wekt de auteur je nieuwsgierigheid om er wat meer over op te zoeken. En wellicht is dat nét de bedoeling: dat je als lezer geïnspireerd geraakt, zelf op zoek gaat en mee nadenkt over oplossingen. In Vlaanderen kan dat bijvoorbeeld via de verschillende debatten met interessante sprekers die Oikos (www.oikos.be) organiseert rond degrowth.

Andere recensies:

Reacties zijn gesloten.